Coronavirus

Proces Natura 2000

De provincie Overijssel is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze maatregelen binnen de daarvoor gestelde termijnen. Voor deze uitvoering heeft zij een stappenplan voor alle gebiedsprocessen opgesteld. Dit stappenplan bestaat uit de volgende vier fasen:

  1. Verkenning
  2. Planuitwerking
  3. Realisatie
  4. Beheer


De verkenning en de planuitwerking zijn uitgevoerd onder regie van de gemeente Dinkelland. Voor de realisatiefase neemt de gemeente deze rol wederom op zich.

Realisatie

In april 2020 vindt de overgang plaats naar de uitvoeringsfase. In deze fase worden onder meer vergunningen aangevraagd om de uitvoering daadwerkelijk te kunnen realiseren en waar nodig worden detailberekeningen gemaakt. De gemeente houdt u als bestuurlijk trekker van deze fase op de hoogte van alle ontwikkelingen.

Planuitwerking

Tijdens de planuitwerkingen moeten alle vragen uit de verkenning zijn beantwoord. In de periode van 2016 tot en met 2019 hebben deskundigen en gebiedspartners een intensief en zorgvuldig proces doorlopen om de maatregelen verder uit te werken. Het uitgangspunt van deze uitwerking is dat de Natura 2000-doelen worden behaald met zo min mogelijk negatief effect op de omgeving.

Om goed in kaart te brengen aan welke knoppen we kunnen draaien, hebben we het afgelopen jaar gekeken welke maatregelen het beste bijdragen aan de (natuur)doelen. Dit proces heeft verschillende scenario’s opgeleverd. De scenario’s zijn de afgelopen periode doorgerekend door een deskundigenteam in samenwerking met de bestuurlijk trekker gemeente Dinkelland en de gebiedspartners. Uiteindelijk heeft dit geleid tot drie concept definitief maatregelenpakketten die in het najaar 2018 zijn vastgesteld door de projectgroepen AVAV, Bergvennen & Brecklenkampse Veld en Lemselermaten.

In 2019 zijn de effecten op de waterhuishouding doorgerekend. Daarnaast is voor ieder gebied een bemestingswijzer ingevuld. Dit is een instrument om een inschatting te maken van het risico op uit- of afspoelen van meststoffen naar hiervoor gevoelige natuur binnen de Natura 2000-gebieden.

Om het effect van de maatregelen op de grondwaterstand (wordt het droger of natter) in het gebied te bepalen, is gewerkt aan oppervlakte- en grondwatermodellen. Ook is onderzocht wat het effect van een mogelijke wijziging van de grondwaterstand is op de waarde van landbouwgronden. Daarvoor is waar nodig aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd.

De effecten van de benodigde maatregelen op het grondgebruik zijn per perceel doorberekend en inzichtelijk. Dit is verwerkt in eigenarendossiers die in 2019 zijn besproken met de betreffende grondeigenaren tijdens keukentafelgesprekken.

De benodigde maatregelen binnen en buiten de bestaande natuur zijn verwerkt in een inrichtingsplan voor AVAV, Bergvennen & Brecklenkampse Veld en Lemselermaten. Als blijkt dat de maatregelen of effecten ervan wijzigingen vereisen van het grondgebruik of de bestemming, dan is een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) nodig om die wijzigingen vast te leggen. Deze wordt gerealiseerd door provincie Overijssel, in samenwerking met de gemeente Dinkelland. In april 2020 levert de gemeente Dinkelland als bestuurlijk trekker het inrichtingsplan op met de bijbehorende onderbouwing aan de provincie Overijssel als opdrachtgever. Het (voor)ontwerp PIP volgt medio 2020.

Verkenning

In deze fase heeft de gemeente Dinkelland met alle betrokken partijen gekeken op welke wijze er uitvoering kan worden gegeven aan de Natura 2000 opgave die er in AVAV, Bergvennen & Brecklenkampse Veld en Lemselermaten ligt. De herstelmaatregelen, welke per gebied zijn omschreven in een gebiedsanalyse, moeten worden uitgevoerd om ruimte te geven voor natuur en economie. In de verkenningsfase is een onafhankelijk bureau gevraagd hun visie op deze maatregelen te geven. Reden hiervoor was dat niet alle betrokkenen overtuigd waren van de noodzaak en de zorgvuldigheid van de maatregelen. De resultaten hiervan zijn op 12 mei 2015 met de drie gebieden gedeeld.

Hoofdconclusie is dat er nog onvoldoende informatie bekend is om de maatregelen concreet te maken. In hoofdlijnen gaat het om het nader uitwerken en in beeld brengen van: de werking van het hydrologisch systeem, kwaliteit en afvoer van het water, de bodemchemie en de invloed van bemesting op de aanwezige natuurwaarden. De nadere uitwerkingen van maatregelen en de daarvoor nog uit te voeren onderzoeken zijn in de planuitwerking opgepakt.