Column | Vuurwerkverbod en de vraag die voor ons ligt
Als kind keek ik er ieder jaar naar uit. Samen aftellen, naar buiten gaan, buren ontmoeten en het nieuwe jaar letterlijk en figuurlijk met een knal beginnen. Veel van u herkennen dit. Vuurwerk hoorde bij Oud en Nieuw. Het gaat over traditie, beleving en samen vieren. Helaas is er een hoop veranderd en is het vuurwerkverbod een feit.
Als ik met inwoners praat, hoor ik vaak hetzelfde. Veel mensen vinden het moeilijk te accepteren dat een traditie waar zij jarenlang van hebben genoten nu wordt beperkt. En eerlijk gezegd begrijp ik dat gevoel.
Het landelijke verbod is niet uit de lucht komen vallen
Tegelijkertijd moeten we ook eerlijk zijn. Het landelijke verbod is niet uit de lucht komen vallen. Jarenlang zagen we tijdens de jaarwisseling steeds meer incidenten. Hulpverleners die werden belaagd. Meer mensen die ernstig letsel opliepen. Meer vernielingen in de openbare ruimte en steeds zwaarder illegaal vuurwerk, met de kracht van een handgranaat. Daarnaast beperkt vuurwerk zich ook niet tot oudejaarsdag, maar wordt er weken ervoor en erna – en zelfs het hele jaar door – al veel vuurwerk afgestoken. Dit heeft ondertussen niets meer te maken met een traditie van een feestelijke jaarwisseling. Zo is de lol er wel vanaf. Veruit het grootste deel van onze inwoners is daarom ook voor een vuurwerkverbod.
Het vuurwerkverbod is een feit, maar hoe gaan wij hiermee om?
De vraag die de politiek in Den Haag uiteindelijk moest beantwoorden was simpel: kunnen we dit nog accepteren? Het antwoord daarop is inmiddels gegeven. De Eerste en Tweede Kamer hebben ingestemd met een verbod op consumentenvuurwerk. Vanaf de jaarwisseling 2026-2027 wordt dat de nieuwe werkelijkheid.
Per 1 augustus 2026 biedt de staatssecretaris de mogelijkheid om onder voorwaarden een ontheffing aan te vragen bij de gemeenten om tijdens Oud en Nieuw vuurwerk af te steken. Daarmee komt een belangrijk deel van de afweging bij burgemeesters terecht. En precies daar zit het dilemma. Want wat is wijsheid? Samen met mijn collega burgemeesters in Twente buigen wij ons over grofweg drie richtingen:
1 Geen ontheffingen verlenen
Dan is de boodschap helder. Voor inwoners, politie, boa’s en hulpdiensten is dan duidelijk wat de norm is. Geen consumentenvuurwerk, behalve wat landelijk nog is toegestaan. Dat sluit het beste aan bij het doel van de wet: minder schade, minder overlast en minder letsel. Bovendien kunnen politie en hulpdiensten zich dan volledig richten op handhaving van illegaal vuurwerk en het bewaken van de openbare orde.
2 Wel ontheffingen verlenen
Daarmee geef je verenigingen en stichtingen – in theorie – de mogelijkheid om op een georganiseerde manier vuurwerk af te steken. Maar daar zit ook het grote dilemma. Want wie een ontheffing verleent, moet die ook zorgvuldig beoordelen. Er moeten veiligheidsplannen komen, afstanden worden bepaald, locaties worden getoetst en voorwaarden worden nageleefd. Tijdens de jaarwisseling is toezicht echter heel erg beperkt. Politie en hulpdiensten zijn dan vooral nodig voor noodhulp en openbare orde. De burgemeester blijft verantwoordelijk, terwijl controle in de praktijk onmogelijk is. Bovendien is het onduidelijk wie aansprakelijk is als het misgaat en of de aansprakelijkheid wel te verzekeren is.
3 Iedere gemeente maakt zelf een keuze
Dat klinkt aantrekkelijk, omdat elke gemeente en elke kern anders is. Maar in Twente kan dat ook leiden tot een lappendeken. In de ene gemeente mag iets wel, in de andere niet. Dat is lastig uit te leggen aan inwoners. Ook voor politie, brandweer en andere veiligheidspartners werkt een gezamenlijke lijn beter. Zij werken regionaal en hebben baat bij duidelijke en zoveel mogelijk uniforme afspraken.
Dicht bij de Duitse grens
Een bijkomend dilemma is dat onze gemeente dicht bij de Duitse grens ligt. Ook na het vuurwerkverbod kunnen mensen in Duitsland nog vuurwerk kopen. Dat maakt de praktijk weerbarstig. Want als er vuurwerk wordt afgestoken, ziet niemand direct of dat legaal of illegaal is. Juist daarom moeten we goed nadenken over de keuzes die we maken en of die ook uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.
“Een keuze op papier moet ook werken in de praktijk.”
Carbidschieten
“John, wat wil jij het liefst?” Tja, die vraag krijg ik natuurlijk regelmatig en ik vind hem eerlijk gezegd lastig te beantwoorden. Op oudejaarsdag vind ik het erg leuk om in mijn auto te stappen en langs de plekken te rijden waar elk jaar carbid wordt geschoten. Niet om te controleren, maar om er met de jongelui van te genieten. Dan zie ik dat plezier en verantwoordelijkheid daar hand in hand gaan.
Er zijn duidelijke afspraken. Mensen spreken elkaar aan. Veiligheid wordt serieus genomen. En ondertussen is het vooral een gezellige ontmoetingsplek waar jong en oud samenkomen. Daar zie je hoe traditie kan blijven bestaan doordat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving en voor elkaar. Dat sluit aan bij de kracht van onze dorpen. Bij onze traditie van samen organiseren. Bij de overtuiging dat inwoners heel goed zelf verantwoordelijkheid kunnen dragen.
Dat maakt het vuurwerkverbod zo ingewikkeld. Want laat ik eerlijk zijn: als vuurwerk alleen zou gaan over gezelligheid, traditie en samen het nieuwe jaar vieren, dan zouden we deze discussie waarschijnlijk niet voeren. Maar de werkelijkheid is dat er ook een andere kant is. Jaar na jaar zien we incidenten, vernielingen, gevaarlijke situaties en soms zelfs agressie tegen hulpverleners. Bovendien wordt vuurwerk op veel meer dagen dan alleen op oudejaarsavond afgestoken. Dan is het voor mij niet langer de mooie traditie waar ik trots op ben.
Een keuze op papier moet ook werken in de praktijk
Uiteindelijk gaat deze discussie over de vraag of een keuze niet alleen goed voelt, maar ook veilig, uitvoerbaar en eerlijk is. Als je ergens toestemming voor geeft, moet je ook kunnen uitleggen hoe je daarop toeziet. En of je kunt ingrijpen als het misgaat.
Juist daar zit voor mij een belangrijk punt. Een keuze op papier moet ook werken in de praktijk. Als we iets toestaan, moeten we het kunnen handhaven. Anders scheppen we onduidelijkheid en nemen we een verantwoordelijkheid die we niet waar kunnen maken.
Samen kijken naar wat verstandig is
Ik ben hierover in gesprek met mijn collega-burgemeesters in Twente. Samen zoeken we naar een aanpak die niet alleen kijkt naar wat mag, maar ook naar wat verstandig is. Wat is uitvoerbaar? Wat kunnen we handhaven? En wat is duidelijk en eerlijk uit te leggen aan onze inwoners?
Ik houd u op de hoogte.
John Joosten
Burgemeester gemeente Dinkelland